Wat niet op de kaart staat, daarover kan men niet spreken!

Column Hans van der Markt

··········
Tijdens de ZAP-U avond op 9 december 2009, gaf Hans van der Markt - adviseur openbare ruimte en docent Designacademy afdeling Public Space - zijn visie op het thema Mapping.
Hans van der Markt
Vrouwen lezen geen kaart, vrouwen beleven het gebied!
Ongeveer tien jaar geleden fietste ik met mijn vriendin door de provincie Groningen. We waren op zoek naar een huis in de buurt van Finsterwolde.
Aangedaan door de wind en de noorderzon streken we neer in een dorpje van nog geen driehonderd inwoners.
Voldaan keek zij rond en zei: “Winschoten is mooier dan ik dacht uit de verhalen van Jan Mulder.”
‘Volgens de kaart heet het hier Godlinze’ probeerde ik voorzichtig.
‘Da’s dan jammer voor de kaart’ antwoorde ze afwezig ‘maar het is een mooie plek’.
Intussen wonen we alweer bijna tien jaar met plezier in Godlinze. Finsterwolde is vergeten en in Winschoten ben ik nooit geweest.
Wat we ervaren, het moge duidelijk zijn staat niet op de kaart en andersom, wat op de kaart staat ervaren we niet.
Aan een kaart zoals wij die kennen ontbreekt de vertelling.
Op een traditionele kaart lijkt het relatief eenvoudig. Rood is stad en groen noemen we landschap Alles keurig ingekleurd binnen de lijntjes.
Dichterbij gekomen blijkt binnen het rood een aanzienlijke hoeveelheid groen te zitten. In geplande vorm zijn dat tuinen en parken. Ongepland heet het onkruid. Zo is het ook in het landschap. Mooie oude landhuizen accepteren we als contrast, maar onbedoeld rood in het groen heet verrommeling.
Ach, waarom sluiten de kleuren van de kaart zo netjes op elkaar aan?
En waarom spreken we dan toch van verrommeling van het landschap?
Wat moeten we met de kaart, als we de werkelijkheid zoveel anders ervaren?
Zijn we wel in staat onze ervaringen in kaart te brengen?
De kaart is een abstractie, maar abstracties en ervaringen verdragen elkaar niet zo goed. Vanaf onze jeugd hebben we langzaam geleerd om onze directe ervaring in te ruilen voor abstracties. Als kind konden we uren dwalen, de weg kwijtraken, ronddolen zonder doel. De poes achterna, we hadden alle tijd. In de pubertijd leerden we ons oriënteren. We waren op zoek naar wie ben ik en waar ben ik. Volwassenen navigeren door de wereld. Hun eindpunt is het enige doel. De afwisseling tussen de dagen meten we in minuten vertraging. De TomTom is voorlopig het sublieme gevolg van dit denken. In de auto wisselen we onze blik af tussen de voorruit –de projectie van het landschap- en de TomTom -de projectie van de kaart- en weer terug naar de voorruit en weer terug naar de kaart. Maar nooit vallen kaart en landschap samen.
‘Uw bestemming is bereikt.’ Deze TomTomtekst tenslotte lijkt meer op een fragment uit een rouwadvertentie dan op een landschappelijke ervaring.
De Zwitserse architect Bernard Tschumi gebruikte om het onderscheid tussen denken en ervaren te benoemen de metaforen van de pyramide en het labyrint.
De pyramide staat voor afstand, voor concept, dematerialisatie. Voor radicale, autonome architectuur.
Het labyrint daar tegenover is de zintuigelijke ervaring. De directe fysieke aanwezigheid van het lichaam, het voelen en tasten of zo u wilt Ariadne die met haar draad een uitweg zocht.
De paradox is dat deze twee benaderingen geen gelijktijdigheid kennen.
We kunnen niet ervaren en tegelijkertijd denken dat we ervaren.
Of we ervaren, maar dan denken we even niet. Of we denken maar dan ervaren we niet.
Tschumi zou zeggen ‘Het concept van de hond blaft niet’.
Omdat de kaart noodgedwongen een abstractie is, is het dus lastig om ervaringskaarten te maken.
Eenmaal in kaart gebracht zijn we de ervaring veelal kwijtgespeeld.

Wat niet op de kaart staat, daarover kan men niet spreken.
Wittgenstein maakte deze stelling af met de zin.
‘Waarover men niet kan spreken moet men zwijgen.’
Hoewel de radicaliteit van deze houding me aanspreekt voelt het toch niet helemaal bevredigend. Zwijgen kan altijd nog. Ik zoek een uitweg!
Op de weg van zwijgen naar spreken ligt het stotteren.
Het verhaal dat langzaam met horten en stoten een uitweg zoekt, als een verspreking, een bekentenis.
Als we aan de kaart de factor tijd toevoegen is een vertelling mogelijk geworden.
Marco Polo vertelt Kublai Khan zijn reiservaringen aan de hand van het schaakbord. De overeenkomst met de vakken van de kaart is niet ver.
Afhankelijk van de legenda kan in principe alles een kaart zijn.
Maar om een verhaal te vertellen heb je tijd nodig.
Guy Königstein studeerde in juni af aan de Designacademy met een bijzondere narratieve kaart. Met deze kaart vertelt hij het verhaal van zijn Joodse familie. Op een eenvoudige kartonnen ondergrond zijn langs één as de plaatsen geschreven waar zijn familieleden langer of korter verbleven. De andere as in een tijdsas die start aan het begin van de vorige eeuw en eindigt bij de dag van vandaag. Klosjes garen wikkelen zich in deze tijd-ruimte af en vertellen het verhaal van een Moving family. Een verhaal waarin beweging en emotie samenvallen.
FILM
Als we met Wittgenstein de draad tenslotte weer oppakken zou je kunnen zeggen
‘Waarover je niet kunt spreken moet je vertellen’

Hans van der Markt
CBK Utrecht, 9 december 2009

reacties

reactie toevoegen



*verplichte velden, U ontvangt een e-mail om het bericht te plaatsen. Uw e-mailadres wordt alleen hiervoor gebruikt. U kunt maximaal 255 karakters gebruiken voor uw bericht.

Family Stories

Guy Königstein
Guy Königstein maakte een bijzondere narratieve kaart waarin hij het verhaal vertelt van zijn Joodse familie.