Expertmeeting Ruimte en Kunst

een verslag van Véronique Hoedemakers

··········
fotografie: Maarten van Wesemael en Stefanie Bakx

Inleiding

CBKU organiseerde op 2 juni 2010 een expertmeeting rond het onderwerp kunst en ruimte. Aanleiding hiervoor was de publicatie Ruimte en kunst. Tussen vrijdenken en compromis, over kunstprojecten die binnen gebiedsontwikkelprojecten in de provincie Utrecht ontstonden. Met de partnerorganisaties van deze projecten en met bestuurders, beleidsmakers en partners uit andere beleidsvelden wilde CBKU van gedachten wisselen over de waarde van kunst in ruimtelijke ontwikkeling. Maar ook wilde het nadenken over vervolgstappen. Hoe kan CBKU verdere allianties smeden met partners om zo nieuwe kunstprojecten te initiëren? Inspiratie en reflectie op het gebied van de beeldende kunst werd gevraagd van kunstenaars en kunstadviseurs.
Expertmeeting
De dag werd geleid door voorzitter Bert van Meggelen, die van CBKU de opdracht had gekregen om helder te krijgen wat de meerwaarde van de kunstenaar in ruimtelijke ontwerpprocessen is, en welke rol de provincie daarbij voor zichzelf ziet weggelegd. Na een eerste inleiding door Ella Derksen (CBKU) volgde er een toelichting van Liesbeth Jans op de manier waarop BKKC samen met provincie Noord-Brabant kunst in ruimtelijke ontwikkelprojecten realiseert. Omdat de provincie sectoroverschrijdend wil werken stelt zij een stimuleringssubsidie voor de afdeling cultuur beschikbaar. Met dat budget kunnen schetsontwerpen worden gemaakt, waarna samenwerking wordt gezocht met andere partijen.
Ruurd Kok Sophier Krier
Presentatie Ruurd Kok Presentatie Sophie Krier

Inleidend op de discussie werden vier projecten gepresenteerd:

* Kunstenaar Frank Mandersloot presenteerde zijn project TijdLijn in Doorn. Herplaatsing van bestaande en nieuwe monumenten (waaronder oude en nieuwe bomen) tot één denkbeeldige tijdlijn.

* Het onzichtbare zichtbaar maken, een presentatie van Ruurd Kok, provinciaal archeoloog voor de provincie Utrecht, over het beleefbaar maken van het Romeinse Castellum Fectio bij Bunnik. Als voorbeeld besprak hij het tijdelijke kunstproject Roman dat als opmaat diende voor een meer permanente inrichting van dat gebied.

* Nils van Beek (curator SKOR) presenteerde Slotjes van Sint Oedenrode, 7 waarvan 3. Een project waarvoor landschapsarchitect Paul Roncken de grondslag legde in de vorm van een inrichtingsplan en concepten voor diverse beeldende kunstprojecten.

* Gevraagd, Hulp voor in een grote tuin, een project in De Bovenlanden van Sophie Krier en Henriëtte Waal, gepresenteerd door Sophie Krier. Veengebied De Bovenlanden krijgt de komende jaren een natuur- en recreatiebestemming. CBKU gaf aan de kunstenaars de opdracht om zich te verdiepen in het onderwerp recreatie; wat is recreatie en hoe zou het gebied ontsloten moeten worden.

De waarde van kunst

In haar inleiding presenteerde Ella Derksen het standpunt van CBKU ten aanzien van de waarde van kunst: ‘De kunstenaar is vrij en kan een onderwerp vanuit verschillende perspectieven benaderen.’ ‘Kunstenaars hebben geen beleidskader, ze geven nieuwe input aan het bekende, dat noemen we cultuur.’ Tijdens de discussie is er weinig expliciet over de toegevoegde waarde van kunst in grootgroengebieden gesproken. Vaak in de vorm van een metafoor van Bert van Meggelen: kunst als ‘slagroom op de taart’, als ‘zout in de pap’ of als ‘gist en desem’ voor de ruimtelijke omgeving. Reden waarom er zo weinig over is gesproken is wellicht dat dit punt (met deze groep mensen) reeds gepasseerd is. Men weet dat kunst iets toevoegt, er is immers al een of meerdere malen samengewerkt met kunstenaars.
Hoewel de noodzaak van dit onderwerp vraagtekens opriep, werd de waarde van kunst toch een aantal malen door sprekers gemarkeerd.

* Kunst levert een magisch moment en een onuitwisbare ervaring.
* Kunst en kunstenaars kunnen iets dat andere vakgebieden niet kunnen. Daar waar wij het niet kunnen is het zinvol om met kunstenaars te werken.
* Je moet er nieuwe gedachten door krijgen.
* Kunstenaars leerden mij om op een andere manier naar het landschap te kijken. Ik kan daarom nu beter mijn werk doen. We hebben te veel kennis en blinde vlekken, soms kunnen kunstenaars ons daarbij helpen. (Frans ter Maten, directeur LEU)
Het tafelgesprek Het tafelgesprek

Over het smeden van allianties is tot het moment van afsluiten niet gesproken. Dat leek nog een stap te ver. De discussie ging een andere richting uit, naar hetere hangijzers waar blijkbaar meer behoefte aan was. Zo ging het vooral over de condities waarbinnen wordt samengewerkt. Wat ieders rol is of zou moeten zijn. Welke voorwaarden of randvoorwaarden er aan een opdracht gesteld moeten worden, en of het überhaupt mogelijk is om bepaalde zaken vast te leggen. Want is niet elke opdracht zo fundamenteel anders dat een blauwdruk niet te maken is?

Samenwerken binnen (welke?) voorwaarden

De huidige staat waarin de kunst verkeert is richtinggevend voor wat je van de kunst kunt verwachten. Daarom kwam dit onderwerp een paar maal ter sprake. Kunst is vandaag de dag per definitie niet oplossingsgericht maar eerder vragend (Bart Witte, Expodium). Paul Feld (Vrede van Utrecht) constateert een bijna nieuw type kunstenaarspraktijk: een die je kunt scharen onder de term Slow Culture: kunst die uitgaat van het standpunt ‘ik weet hier niets van.’
Pieter Scholten (Gemeente De Ronde Venen) constateert dat niet alleen de kunst is veranderd, maar de gemeentelijke kunstadviescommissies zijn dat ook. Werd er in zijn eigen gemeente vroeger een masterplan opgesteld met daarin aangewezen plekken voor kunst (‘slagroom’), nu ziet hij dat kunstenaars vanaf het begin in ontwerpteams aan het werk zijn (‘gist’).

Wat is de rol en positie van opdrachtgever en kunstenaar?

CBKU was duidelijk over haar eigen rol, door Ella Derksen verwoord als verkennend en onderzoekend in de richting van de opgave zelf, maar ook in wat een eindresultaat mogelijk kan zijn en wat de verwachting daarvan bij betrokkenen is. Verschillende belangen zijn altijd aanwezig, dat is normaal. Wel moeten ze op tafel komen en moeten de partijen elkaar daarin begrijpen. Terugkerend argument was dat je met elkaar in gesprek moet blijven, ook als het moeizaam gaat.
Jan Hartholt (directeur Kasteel Groeneveld) meent dat conflict een wezenlijk bestanddeel in het proces is. Frank Mandersloot vraagt zich af wat goede samenwerking is. Ook hij is van mening dat conflict daar bij hoort.
Over de rol van opdrachtgever en kunstenaar bestaan stereotype beelden die worden gevoed door hardnekkige mythes. Dat kunst louter een instrument is bijvoorbeeld, is net zo min waar als het gegeven dat kunst altijd zijn autonomie opeist (de mythe van de autonome kunstenaar). Zonder dat die mythe ontmanteld is, kun je dus geen goed gesprek voeren. Dit punt wordt aangevuld met de mythe van de (weinig aanspreekbare) ambtenaar. Ambtenaren zijn geen orgaan, maar verstandige, autonome mensen. Er valt dus best mee te praten! Ruurd Kok is het hiermee eens en schaart zichzelf bij die autonome ambtenaren. In het project Roman schakelde hij bewust geen communicatiebureau in, maar een kunstenaar omdat hij iets ín het gebied wilde doen.
Chris Bakker (Utrechts Landschap) werkt zelf vanuit het idee dat de kunstenaar een partner is. Je staat dan naast elkaar, dat heeft zijn persoonlijke voorkeur. Jammer genoeg wordt niet duidelijk of en hoe dit conflicteert met zijn opdrachtgeverschap. Het principe is gebaseerd op een gelijkwaardige benadering van elkaars rollen en de overeenkomsten die daarin te vinden zijn. Een opdrachtgever wringt zich soms net als een kunstenaar in een bepaalde rol, zo redeneert hij.
Het tafelgesprek Het tafelgesprek
Moderator Bert van Meggelen

Hoe kom je tot een vraagstelling?

Een belangrijk discussiepunt was dat van een probleemstelling in relatie tot de vraagstelling naar de kunstenaar. Mag een probleem (in het gebied zelf of een inrichtingsprobleem) aanleiding voor een kunstopdracht zijn? In hoeverre mag je binnen een kunstopdracht vragen of verwachten dat deze oplossingen verschaft? Frans ter Maten (LEU) is geen voorstander van het inschakelen van kunst louter om een probleem op te lossen. Frank Mandersloot over zijn project TijdLijn: ‘De situatie was niet als probleem geformuleerd en ik was niet als probleemoplosser ingehuurd, dat vind ik een belangrijke voorwaarde en standpunt voor de kunst. Voorkomen dat kunst wordt geïnstrumentaliseerd.’
Een opdracht moet duidelijk gesteld zijn, onduidelijke opdrachten of verborgen agenda’s zijn niet goed voor de kunst. In dit kader wordt uitgebreid gesproken over het project Roman. Een problematisch gegeven is dat het Castellum Fectio niet zichtbaar is. Toch was de opdracht om het ervaarbaar te maken. Was dit wel een haalbare vraag? Kritiek op het kunstproject uit de zaal (en ook na een enquête die de opdrachtgever hield) is dat bezoekers het over het algemeen niet goed begrepen noch op de juiste wijze interpreteerden. In de discussie bleek dat niet alle ins en outs van de opdracht inclusief de nuances goed over het voetlicht konden worden gebracht. Het lage budget en de wens dat het geen educatief project moest worden, noch dat het voor een breed publiek gemaakt was, droegen bij aan het niet bereiken van de doelstelling. Maar dat zegt niets over de kwaliteit van de kunstwerken zelf.
Jan Hartholt
Hans Venhuizen probeert de discussie naar een concreter niveau te tillen. Hij maakt - naar aanleiding van een opmerking van Frank Mandersloot - een onderscheid tussen een opdracht en een vraag. Een vraag suggereert meer vrijheid, een opdracht wekt de suggestie dat ze uit een probleem is voortgekomen. De formulering van een vraag is volgens Venhuizen dus legitiem. Hij wil weten hoe we zo’n vraag kunnen formuleren en hoe kunstenaars met een aan hen gestelde vraag omgaan. Mandersloot: ‘Je moet met elkaar in gesprek gaan om tot een vraagstelling te komen.’ Ella Derksen: ‘Maar wij adviseurs hebben een vraag nodig om een kunstenaar voor te kunnen stellen. De vraag moet dus wel eerst gesteld worden!’
Een reactie van Jan Konings op de vraag van Hans Venhuizen is dat je moet blijven zoeken. De vaste positie van de kunstenaar is dat hij belangeloos is (of in belang van iedereen werkt). Konings werkt vanuit zijn eigen initiatief en wacht niet af tot er een vraag aan hem wordt gesteld. ‘Ik merk dat het gegeven ‘kunst’ wordt begrepen. Dat opent deuren.’
Ella Derksen: ‘Je begint met een vraag en een richting. Goed aan het werken met kunstenaars is dat ze vraagstelling en richting als nodig veranderen.’ Jan Konings legt uit dat je ernaar zou moeten streven dat een vraagstelling niet op zichzelf staat maar in het verlengde ligt van waar je als kunstenaar al mee bezig bent. Hij laat dingen samenvallen (het onderwerp waar hij mee bezig is en een opdracht). Je moet als kunstenaar dus verschillende situaties bij elkaar halen en zorgen dat je projecten door kunnen lopen.

Welke voorwaarden moet je aan een opdracht verbinden?

Mag kunst wel of geen communicatiemiddel zijn? Moet kunst iets uitleggen? Moet het over begrip gaan? Het zijn vragen die gesteld worden maar die niet eenduidig te beantwoorden zijn.

De meningen over voorwaarden lopen uiteen:
* Kunst wordt regelmatig toegepast in omgevingen waar eerder iets mis ging. Als kunstenaar kun je daar niet tegenop.
* Een voorwaarde moet zijn dat kunst niet wordt geïnstrumentaliseerd. Deze voorwaarde geldt voor kunstenaar én opdrachtgever.
* Je moet zeker ook vragen mogen stellen binnen een kunstopdracht. Een brandpunt, iets inkaderen, dat moet kunnen. Dat maakt dan gewoon deel uit van de randvoorwaarden waar ook andere elementen buiten de kunst in zit.
* Kunst is altijd contextueel, het probleemoplossende aspect is niet zo erg.
* Kunst mag ook een toefje slagroom zijn.
* De discussie dat kunst niet probleemoplossend mag zijn is te moralistisch. De context is het belangrijkst.
* Je sluit aan bij wat er al is. Kunst moet grijpbaar zijn en betekenis geven, en niet abstract en losgezongen zijn.

Nieuwe samenwerkingsverbanden in de (nabije) toekomst?

Een voortzetting van de samenwerking op onderzoekend niveau werd voor de overhandiging van de publicatie Kunst en ruimte geopperd door de moderator. Onder regie van CBKU zou in kleiner verband met opdrachtgevers verder gewerkt kunnen worden om zaken te verhelderen en te bekijken wat de volgende stappen kunnen zijn. Doel is om verdieping te bereiken maar wel via concrete onderwerpen en gesprekken. Mits het ook echt om concrete zaken zal gaan hebben aanwezigen toegezegd mee te doen.
Anneke Raven en Toon Kort Toon Kort en Anneke Raven
Gedeputeerde Anneke Raven ontvangt het boek uit handen van Toon Kort.
Tot slot reageert Anneke Raven, gedeputeerde cultuur bij Provincie Utrecht, op de discussie. ‘We kunnen en moeten iets met kunst en ruimte. Niet alleen ambtenaren maar ook organisaties hebben verschillende belangen. Een samenwerking vanaf het prille begin is het meest kansrijk’.
Goed nieuws is tot slot dat kunst een integraal onderdeel van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie wordt. Anneke Raven verschaft daarmee de ultieme aanleiding om de samenwerking tussen opdrachtgevers, inrichters, ontwerpers, kunstenaars en adviseurs nu daadwerkelijk te gaan verdiepen. Wordt vervolgd.

Véronique Hoedemakers, juni 2010
Gedeputeerde Anneke Raven
Gedeputeerde Anneke Raven